Patécafé
Vormgeving
Delen

Patécafé FoodLabPeel

FoodLabPeel is een langlopend kunstproject dat gaat over het maatschappelijk vraagstuk van voedsel en voedselproductie en de invloed van voedsel op de cultuur. Het project richt zich specifiek op de uitdagingen en problemen in de Peelregio. Het doel van dit project is op een bijzondere wijze bijdragen aan de transitie van deze regio, door co-creatie tussen kunstenaar en boer. Uit 6 boeren en 12 kunstenaars/ontwerpers zijn 5 matches gekozen die samen een co-creatietraject starten. Foodcurators is gekoppeld aan Marcel en Miriam Berkvens, die een bedrijf hebben met zeugen.

Patécafé

Varkensboer Marcel Berkvens met zijn varkensvlees

De varkensvleesindustrie heeft een slecht imago: van megastallen tot stankoverlast, burgers hebben een duidelijke opinie.

Marcel en Miriam hebben Foodcurators de volgende vraag gesteld: hoe kunnen we zichtbaar zijn voor de consument en op welke manier kunnen we consumenten laten zien waar het vlees vandaan komt? Zij stellen deze vraag niet voor niets. De varkensvleesindustrie heeft een slecht imago: van megastallen tot stankoverlast, burgers hebben een duidelijke opinie. Het project is eind 2015 gestart en zal tijdens Dutch Design Week 2016 gepresenteerd worden bij Agri meets Design op het Ketelhuisplein.

Patécafé

Marcel en Miriam Berkvens verkopen hun varkensvlees tijdens de openbare vleesveiling

Boeren en burgers

Marcel en Miriam merken dat zij in discussies rondom varkenshouderij weinig kansen krijgen om gehoord te worden door de burger. Zij zijn voor veel mensen de personificatie van de hele varkensvleesindustrie, waardoor er ook vaak naar hen wordt gewezen. De varkensboeren willen een kans om uit te leggen wat ze doen, en hoe ze het doen. Anderzijds staan de Berkvens continu onder grote druk. De prijzen voor varkensvlees moeten laag blijven of lager worden. Dat betekent dat de varkenshouderij zich steeds grootschaliger moet organiseren. Marcel en Miriam hebben hun bedrijf ook laten groeien. Niet omdat ze dat principieel nastreven, maar omdat ze niet anders kunnen.

Hoe maak je aan consumenten duidelijk dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben in de keten van de varkensvleesindustrie?

De consument heeft rechtstreeks invloed op de prijzen van varkensvlees. Want hoe minder de consument wil betalen voor zijn karbonaadjes, hoe minder de boer krijgt voor zijn varkens. En dat betekent dat hij dus veel meer varkens moet verkopen om het hoofd boven water te houden. Het verschil tussen de burger die vindt dat de varkenshouderij anders georganiseerd moet worden, en de consument die weinig wil betalen, is een paradox. De burger is een consument, en de consument een burger. Maar hoe maak je aan consumenten duidelijk dat ook zij een verantwoordelijkheid hebben in de keten van de varkensvleesindustrie?

Patécafé

Openbare vleesveiling met vlees van boerderij Berkvens

Patécafé_veilingkrant

Openbare vleesveiling

Om de rollen van burger (opinie) en consument (koper van varkensvlees) te laten samensmelten, hebben Foodcurators een andere manier voor het verkopen van varkensvlees voorgesteld: een openbare veiling met als doel de verkoop van het complete varken in eetbare delen. Zo zien de aanwezige kopers dat er voor elke twee varkenshaasjes een heleboel ander vlees op de markt komt. Kortom: zonder oren en poten geen varkenshaas. De bijgeleverde veilingkrant vertelt meer over het varken: waar komt het vandaan, hoe heeft het geleefd en hoe heeft de boer het varken verzorgd. Zo krijgt ook de boer zichtbaarheid. Die zichtbaarheid heeft meerwaarde voor de consument: in de koeling van de supermarkt liggen honderden varkens door elkaar. Op de veiling is de varkenshouderij opeens zichtbaar en inzichtelijk.

 De openbare vleesveiling is een fundamenteel andere manier van varkensvlees kopen. Heel iets anders dan een plastic bakje in de koeling van de supermarkt

Tijdens de veiling zijn de kopers in hun rol als consument én als burger. Mensen kunnen elkaar aanspreken. Als één consument de beenham koopt maar geen interesse heeft in andere delen, heeft dat direct gevolg voor de koopmogelijkheden van andere consumenten. Daarnaast kan het ook inspirerend zijn om te zien wat een andere consument aanschaft. Niet-autochtone Nederlanders zijn bijvoorbeeld gewend om de ‘minder courante’ delen van het varken te kopen. Zij weten wel raad met varkensoren, -poten of -nieren.

Alle delen van het varken die niet verkocht worden tijdens de veiling, worden verwerkt tot paté. De paté is tevens het conversation piece om de dialoog aan te gaan. Paté, pastei of terrine kan worden gemaakt van alle delen van het varken. Juist de -nu minder gewaardeerde- delen uit het vijfde kwartier lenen zich hier goed voor, omdat ze wat taaier zijn maar wel veel smaak bevatten. Patécafé-paté en croute

Paté, pastei of terrine kan worden gemaakt van alle delen van het varken. Juist de -nu minder gewaardeerde- delen uit het vijfde kwartier lenen zich hier goed voor, omdat ze wat taaier zijn maar wel veel smaak bevatten.

Patécafé - het vijfde kwartier

Alle foto’s: Ilse Wolf

FoodLabPeel een initiatief is van bkkc in Tilburg ism ZLTO

Delen